U bent hier

Ruwendathema

Foutmelding

Deprecated function: The each() function is deprecated. This message will be suppressed on further calls in menu_set_active_trail() (regel 2404 van /usr/share/drupal7/includes/menu.inc).

De Zwarte Trillium

Ergens, in een andere wereld, in een andere tijd, ligt het land Ruwenda.
Het is een land waar al vele eeuwen verschillende Kaboutervolkjes in vrede naast elkaar leven.
Maar op een dag...

Over het Ruwendathema De Zwarte Trillium

We zullen eerst iets vertellen over het Ruwendathema. Wat is de Zwarte Trillium?

De Zwarte Trillium is een klein bloempje met drie bloemblaadjes, die zo zwart zijn als de nacht. Het kleine bloempje is zeer zeldzaam en bezit grote magische kracht. Wie de Zwarte Trillium bezit en er op een goede manier gebruik van maakt is een ware Tovenaar.


De drie jonge prinsessen

Het verhaal van de Zwarte Trillium gaat over drie prinsessen uit het land Ruwenda, die op zoek gaan naar magische talismannen met behulp van hun amuletten. Deze amuletten hebben zij bij hun geboorte gekregen van de Oertovenares Binah. De amulet bestaat uit een hangertje met daarin een kleine Zwarte Trillium erin. De prinsessen worden verjaagd uit hun ouderlijk kasteel, de Citadel, en gaan op avontuur. Uiteindelijk moeten zij het evenwicht in de wereld herstellen.

Het koninkrijk Ruwenda

Het land Ruwenda bestaat voor een groot deel uit moerassen, jungle, wouden, rivieren, meren en bergen. Kortom het land is één grote bijna ongerepte natuur. Er zijn maar een paar steden en enkele kleine nederzettingen.


De drie volwassen prinsessen

Ruïnes

Midden in het land zijn kleine verhogingen, waarop de ruïnes liggen van oeroude vervallen steden van een verloren gegane beschaving. Zo nu en dan wordt er zo'n verloren stad ontdekt en in die stad worden dan vreemde apparaten gevonden, waarvan de werking onbekend is. Ook zijn er magische voorwerpen, geheime gangenstelsels en eeuwenoude boeken, die niet ontcijferd kunnen worden.

De Citadel

De hoofdstad van het land was ook zo'n oude stad, maar die is blijven bestaan en staat bekend onder de naam de Citadel. Het is een groot kasteel, dat hoog boven de omringende moerassen en jungle uitsteekt. In de Citadel woonde de koning met zijn hofhouding. Ook in de Citadel bevonden zich magische voorwerpen en zijn er geheime gangen, zoals de gang achter de haardplaats in de keuken, die naar de toren en de kerkers leidt. De kerkers zijn een griezelige plaats. Er wonen spinnen en ratten en er bevinden zich cellen, waar vroeger gevangenen werden gemarteld en opgesloten. De vreemde apparaten, die ze daarbij gebruikten zijn nog steeds aanwezig en in enkele cellen bevinden zich nog geraamtes, vastgeklonken aan de muur.

De Citadel is blijkbaar in verschillende fasen gebouwd. want er zijn overal aan- en verbouwingen zichtbaar, waardoor het kasteel een soort doolhof van gangen, kamers en zalen is geworden.


De Citadel

Nederzettingen

Verspreid over het land zijn verschillende nederzettingen van de volkjes, die in het land Ruwenda wonen. Deze nederzettingen zijn klein en de volkjes wonen daar al eeuwen, langer dan de bewoners van de Citadel.

Het land

Het land bestaat zoals gezegd onder andere uit grote moerassen, waar geneeskrachtige kruiden groeien. In de jungle bevindt zich een oude stad, die de Plaats van Lering wordt genoemd. Aan de rand van de wouden bevindt zich op een eiland in de rivier de Nothar een oude ruïne, die Noth wordt genoemd. Hier woont oertovenares Binah. Er zijn hoge bergen, waar zich ijsgrotten en een oud bolwerk bevinden. Er zijn ook drie grote bergtoppen, de Rotolo, de Gidris en de Brom. In de bergen is één pas naar het noorden, naar het buurland Labornok. Deze pas wordt bewaakt door een aantal forten en met behulp van de magische kracht van oertovenares Binah kunnen er geen ongewenste vijanden het land binnenkomen.

De Volkjes

In Ruwenda wonen naast de Mensen verschillende Kabouter- en Welpenvolkjes verspreid over het land. Elk volkje heeft zijn specifieke kenmerken en kwaliteiten.


Het land Ruwenda

Vispi - Bergvolk (blauw)

De Vispi wonen in de bergen en leiden een teruggetrokken leven. Zij hebben weinig contact met de Mensen en de andere volkjes. In het Ohogan-gebergte in het noorden van Ruwenda, waar ze wonen, zijn allerlei waardevolle edelstenen en metalen te vinden, zoals goud, platina en allerlei kristallen. Er zijn drie heel hoge bergtoppen te vinden: De Rotolo, de Gidris en de Brom. Op de helling van de Rotolo ligt de enige grote stad van de Vispi, Movis. Verder wonen de Vispi verspreid over kleine nederzettingen en dorpjes. Vlak bij de top van de hoogste berg, de Gidris, zijn grotten van ijs te vinden, die al vele eeuwen oud zijn.

De tovenaar Portolanus heeft zijn bolwerk gevestigd op de helling van de Brom, waar hij in alle rust zijn zwarte magie kan bedrijven.

Skritek - Moerasvolk (groen)

Het grootste volk is het volk van de Skritek, die ook wel Verdrinkers worden genoemd. Zij wonen in de moerassen in het zuiden van Ruwenda. Zij hielden helemaal niet van Mensen en voerden al eeuwenlang een guerilla-oorlog met hen. Zij werden Verdrinkers genoemd, omdat zij eenzame reizigers overvielen en in het moeras lieten verdrinken. Zij werden ook wel de Duivels van het Labyrinthmoeras genoemd, omdat zij handelskaravanen en eenzaam gelegen kastelen en hoeven overvielen. Sinds Labornok het land heeft overvallen en de koning van Ruwenda niet meer leeft hebben de Skritek zich tegen de nieuwe overheersers gekeerd en een bondgenootschap gesloten met de prinsessen van Ruwenda.

Wyvilo - Woudvolk (rood)

De Wyvilo wonen in de uitgestrekte wouden tussen de rivieren de Nothar en de Mutar. Zij zorgden voor de aanvoer van hout naar de Citadel en waren zodoende zeer belangrijk voor de huizenbouw van de koning van Ruwenda. Dit is één van de grootste redenen, waarom Labornok het land binnenviel, omdat hun eigen land vrijwel geen bossen kent en dus voor hun huizenbouw afhankelijk is van de handel met Ruwenda. De Wyvilo hebben een grote kruidenkennis en zij handelen veel met de Skritek, want in de moerassen zijn vele kruiden te vinden, die ze kunnen gebruiken voor hun medische middeltjes.

Glismak - Junglevolk (geel)

In de jungle ten noorden van de Citadel en ten zuiden van de bergen wonen de Glismak. Zij kennen alle gevaren, die de jungle herbergt. De junglevolkjes zijn boosaardige wilden, die niets liever doen dan hun buren pestten en treiteren, zelfs hun mede-volksgenoten. Maar in tijden van nood verenigen zij zich en zijn een geduchte macht, die je maar beter als vriend kunt hebben. In de jungle bevinden zich enkele ruïnes en in één daarvan bevinden zich de magische amuletten.

Naast deze vier volkjes zijn er nog andere, die in het verre westen en oosten wonen: de Uisgu en de Nyssomu. In het gebied van de Uisgu bevindt zich de ruïnestad Trevista, waar de volkjes één keer per jaar bij elkaar komen om hun nieuwe hoofden te kiezen. Het is ook de stad waar zich een grote markt bevindt. Op die markt komen de verschillende volkjes hun koopwaar aanbieden. Het is een ontmoetingspunt van de volkjes en de plaats waar alle informatie samenkomt.

De Themafiguren

In het verhaal van de Zwarte Trillium komen verschillende personages voor, ieder met zijn eigen karakter en kenmerken. Ze worden hieronder beschreven.

Prinses Haramis
De oudste van de drie prinsessen is een zeer leergierig meisje. Ze is de lieveling van haar geleerde vader koning Krain. Als klein kind zit ze al met haar neus in de boeken op zoek naar kennis. Ze valt de schrijvers en de wijzen van het hof lastig met vragen, die een prinses eigenlijk niet passen. Ze is vooral nieuwsgierig naar alles wat geheimzinnig is en ze toont veel interesse in de geheimzinnige magische apparaten, die de Kabouters van verschillende Volkjes nu en dan naar de Citadel brengen als geschenk voor de koning. Ze is ook dol op muziek, vooral die van de fluit en de snaren van de ladu-houten harp. Ze brengt veel tijd door met Uzun, een Kabouter van het Skritek-volk, een befaamde zanger en verteller.


Prinses Kadya
De middelste van de prinsessen legt al vroeg grote belangstelling aan de dag voor dieren en vogels en vooral voor de vele merkwaardige wezens, die overal in het land leven. Ze houdt hartstochtelijk van het buitenleven en het verkennen van de woestere gebieden van het rijk. Dat ze daarbij vaak ruw en hard uit de bocht komt, wordt haar vergeven door haar grote liefde voor alle Volkjes. Ze bedoelt het altijd goed en is een strijder voor alle onrecht. De Glismak-Jager Jagun dient haar als gids en leermeester in natuurhistorische zaken.

 

Prinses Anigel
De jongste van de prinsessen, sierlijk en fijn als één van de bloemen waarvan ze zoveel houdt, is verlegen, hoewel ze vaak lacht en een gevoelig hart heeft dat uitgaat naar alles wat ziek is of lijdt. Koningin kalanthe schept bijzondere vreugde in haar, omdat ze als enige de huiselijke en ceremoniële taken die haar zusjes liever uit de weggaan met plezier vervult. Haar dierbaarste vriendin en dienares is voedster en kruidenvrouwtje Immu, een Wyvilo-Kabouter.

 

Prins Antar
De zoon van koning Voltrik van het noordelijk buurland Labornok is in de grond van zijn hart eerlijk en rechtvaardig. Samen met zijn vader verovert hij het land Ruwenda en jaagt hij op de prinsessen. Hij duldt echter niet, dat er onrecht wordt gedaan, ook niet aan de vijand. In tegenstelling tot zijn vader is hij niet gemeen, maar goed voor zijn gevangenen. Toch moet hij soms in opdracht van zijn vader vreselijke dingen doen, waar hij later altijd weer spijt van heeft. Uiteindelijk keert hij zich ook tegen zijn vader.

Prins Antar raakt vooral onder de indruk van prinses Anigel en hij achtervolgt haar het hele land door, deels in opdracht van zijn vader, deels ook, omdat hij haar graag wil zien.

Oertovenares Binah
De Oertoevenares is een zeer oude vrouw, die belast is met de veiligheid en bescherming van het land. Door haar magie is het land vele jaren beschermd geweest en kon er geen vijand binnendringen. Maar naarmate zij ouder wordt nemen haar krachten ook af en zo kan het gebeuren, dat Voltrik het land binnenvalt. Binah geeft de drie prinsessen opdracht om te gaan zoeken naar de drie stukken van de magische talisman, waarmee het evenwicht weer hersteld kan worden.

Uzun

Hij is, zoals gezegd een Skritek. Als jongeling komt hij naar de Citadel en krijgt daar een aanstelling als minstreel en verhalenverteller. Hij kent bijna alle verhalen over het land en kan prachtig spelen op de harp.

 

Jagun

De Glismak-Jager is Meester der Dieren aan het hof en Opperjager van de Citadel. Hij is zeer behendig en weet goed de weg door de jungle en de wouden van Ruwenda.

 

Immu

Immu wordt als jong meisje door haar ouders naar de Citadel gestuurd, omdat ze zo'n goede kruidenkennis heeft. En zo iemand kunnen ze daar wel gebruiken. Ze komt in de leer bij de Hof-apotheker en na vele jaren, wanneer deze sterft, volgt zij hem op. Ze is niet alleen goed in het brouwen van geneeskrachtige kruidendrankjes, maar kan ook zoete parfums, essences voor de keuken en heel goed bier maken.

 

Tovenaar Portolanus
De tovenaar bewoont een hoge ronde toren op de hellingen van de berg de Brom in het noorden van Ruwenda. Niemand komt daar ooit en hij kan zich daar ongestoord richten op kennisvergaring over alles wat met magie te maken heeft. Op een gegeven moment biedt hij zijn diensten aan aan koning Voltrik van Labornok. Hij weet te vertellen, dat Ruwenda verzwakt is en kan worden binnengevallen. Hij wordt de raadgever van Voltrik. Niemand weet hoe hij eruit ziet, want hij draagt een zwarte helm met masker voor zijn gezicht, waarachter alleen zijn ogen zichtbaar zijn.



Landkaart Ruwenda